Pantone GOE: inconsistenties in sRGB-waardes! Vrij grote verschillen tussen GOE en ColorMunki

Onlangs lanceerde X-Rite, de moedermaatschappij van Pantone, een nieuwe, spotgoedkope spectraalmeter: ColorMunki. En zoals u van het VIGC mag verwachten, hebben we deze met bijzondere aandacht bekeken. Op de kwaliteiten van ColorMunki als spectraalmeter komen we later nog terug. Maar veel belangrijker is de ontdekking die we deden toen we een aantal kleuren uit de Pantone GOE-waaier opgemeten hebben: de RGB-waardes die in GOE staan – die sRGB zijn zoals u ongetwijfeld weet –  en in myPANTONE Palettes zitten, komen helemaal niet overeen met de sRGB-waardes die in de digitale GOE-bibliotheek (links in screenshot hieronder) van ColorMunki (rechts) staan!

Uiteraard zijn we onmiddellijk aan de bel gaan hangen bij Pantone, want als we de twee sRGB-waardes vergeleken en via een omrekening naar Lab de kleurverschillen uitrekenden, dan kwamen we zelfs kleurverschillen hoger dan delta E 30 tegen! En dit tussen twee digitale bibliotheken. Na wat mails over en weer, hebben we dan een telefoonconferentie gehad met een aantal onderzoekers en een van de vice-presidents van Pantone. En, u raadt het al, er zit een ‘logische’ verklaring achter deze verschillen in sRGB-waardes. Dat daardoor problemen worden veroorzaakt in het dagdagelijkse leven, daar waren ze blijkbaar niet echt van overtuigd…

Twee berekeningen van sRGB
Tijdens de telefoonconferentie met het VIGC hebben de onderzoekers van Pantone hun werkwijze toegelicht. Voor de sRGB-waardes in de Pantone GOE-kleurenwaaiers, zijn ze uitgegaan van de spectraal gemeten waardes van de gedrukte kleuren. Tot daar geen probleem. Vervolgens hebben ze die waardes omgerekend naar sRGB. Daarvoor hebben ze gebruik gemaakt van de wiskundige transformaties, zoals aangegeven door Michael Stokes (HP), een van de ‘uitvinders’ van sRGB. En deze gevonden waardes werden dan in een opzoektabel gegoten. Op zich klinkt dat niet onlogisch. Alleen heeft men voor ColorMunki een andere methode gebruikt, eentje die meer overeenkomt met de dagelijkse praktijk: conversie via het sRGB ICC-profiel. En daar zit het – soms vrij grote – verschil in sRGB-waardes. Een conversie via het sRGB ICC-profiel geeft dus andere resultaten dan de wiskundige transformatie, zoals deze gehanteerd wordt door Michael Stokes.

Delta E*ab of delta E 2000
In het begin van het gesprek werd de VIGC-kritiek afgedaan als niet zo ernstig, vermits we de kleurverschillen hadden berekend met delta E*ab, dit is de oudste manier, daterend van in 1976. En die methode is alles behalve perfect: de waardes van kleurverschillen komen niet overeen met onze menselijke waarneming. Als we delta E 2000 zouden nemen, zouden de kleurverschillen klein, bijna verwaarloosbaar zijn. De voornaamste drijfveer van het VIGC om delta E*ab te nemen, is het feit de ISO-standaarden dit voorschrijven… en dit dus in de praktijk het meeste gebruikt wordt. Na het gesprek hebben we onmiddellijk die oefening  met delta E 2000 gedaan. De verschillen zijn echter nog steeds onaanvaardbaar: van de 15 onderzochte kleuren had er eentje met delta E 2000 nog altijd een kleurverschil van 10,9! Een kleurverschil, dat berekend werd met delta E 2000 en een dergelijke waarde geeft, is zéér groot. Onaanvaardbaar groot.

sRGB, Lab of inktnaam?
Tijdens de discussie tussen het VIGC en Pantone werd ook meermaals aangegeven door Pantone dat de sRGB-waardes enkel en alleen bedoeld zijn voor het gebruik op het internet en in presentaties, in office-documenten. Absoluut niet voor het gebruik in een professionele design workflow! Dit is natuurlijk een belangrijke boodschap, alleen staat dat nergens expliciet vermeld in hun documentatie… En zullen er dus ontwerpers, prepressers zijn die de sRGB-waardes gaan gebruiken in een ontwerp dat uiteindelijk ook moet gedrukt worden. En zoals blijkt uit een controle die we deden, is het verschil in office documenten ook nog vrij groot. Download de VIGC-vergelijkingen, aangemaakt in MS Excel.

Een aantal kleuren van Pantone GOE – de meest ‘chromatische’ – ligt trouwens ook buiten het kleurbereik van sRGB.Dit is iets wat nergens wordt aangegeven in de productliteratuur, noch in de helpinformatie! Dus voor deze – en voor heel wat andere kleuren – geldt dat de sRGB-waardes benaderend zijn, zeker niet absoluut.

Voor de professionele design workflows raadde Pantone – terecht – aan om enkel te werken met ofwel de inktnaam (geďmporteerd vanuit de digitale bibliotheek), ofwel met de Lab-waardes. Enkel op deze manier kan een getrouwe kleurweergave – binnen realistische marges – gerealiseerd worden.

Afwijkingen tussen GOE-waaier en Lab-waardes
Waar de oefening van het VIGC eigenlijk mee begonnen was, is de vergelijking van de gedrukte waardes in de GOE-waaier en de Lab-waardes die we kunnen terugvinden in de digitale bibliotheken. En die vergelijking is uiteraard ook interessant. Maar, voor we naar de cijfers gaan, moeten we wel aangeven dat de gemeten kleurverschillen twee oorzaken kunnen hebben: ofwel fouten in het drukwerk, ofwel fouten in het meettoestel. En uiteraard de combinatie van beide. Op fouten in meettoestellen, daar komen we binnenkort nog uitgebreider op terug.

Voor deze metingen hebben we de GretagMacBeth SpectroEye van het VIGC gebruikt. Deze wordt op regelmatige tijdstippen gekalibreerd op de GretagMacBeth NetProfiler-testkaart, een kaart met 13 kleurenpatches, voorzien van een certificaat met de juiste Lab-waardes. Als we dan de 10 standaardkleuren en nog 5 willekeurig gekozen andere kleuren meten, dan komen we kleurverschillen (delta E*ab) uit tussen 0,94 en 6,29… Berekend via delta E 2000 varieert het tussen 0,3 en 2,96. Dus sommige kleuren wijken toch behoorlijk af.

Bij toeval hebben we eenzelfde kleur tweemaal gemeten, een keer bij de standaardkleuren en een keer verderop in de waaier, waar ze een tweede keer gedrukt is. Het verschil tussen beide? Delta E*ab 2,35. Nochtans is het kleurverschil hier niet zo extreem goed zichtbaar: als we ze met delta E 2000 berekenen is het nog slechts 0,58. Dit is trouwens typisch voor kleurverschillen in het gele gebied: een hoge delta E*ab is dikwijls niet of nauwelijks zichtbaar.

Conclusies?
De voornaamste conclusie: als u met kleur bezig bent, moet u een goede kennis hebben van deze materie. Onder andere de verschillende manieren om kleur te definiëren, de interpretatie van delta E en het feit dat er verschillende berekeningsmethodes voor kleurverschillen zijn, zijn noodzakelijke kennis.

Daarnaast is het nu overduidelijk dat de sRGB-waardes in Pantone GOE moeten geďnterpreteerd worden als ‘informatief’ en enkel mogen gebruikt worden voor kleurdefinities van websites en office-documenten. In workflows voor drukwerk moet altijd met ofwel de inktnamen gewerkt worden, ofwel met Lab-waardes.

En de relativiteit van kleurverschillen is met de VIGC-metingen nog maar eens aangetoond: er zit al een behoorlijk – voor sommige drukwerkaankopers misschien zelfs onaanvaardbaar – verschil tussen de gemeten waardes van de gedrukte kleurenwaaiers en de ideale Lab-waarde in de digitale bibliotheek. Een realistische kijk op toleranties bij drukwerk dringt zich dan ook op.

Kortom: kleur is en blijft iets complex! Zorg voor een goede kennis ter zake.

Het VIGC blijft dit verder opvolgen en blijft in gesprek met Pantone over de onduidelijkheden, de inconsistenties in hun systemen. Op drupa hebben we een afspraak met een aantal van hun kleurenspecialisten en een van de vice-presidents. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…

Eddy Hagen

PS: het VIGC heeft een seminarie dat de ganse problematiek rond kleur aan de hand van zeer veel voorbeelden toelicht. De evaluaties van dit seminarie zijn ook steeds goed tot zeer goed en zelfs uitstekend.
Een investering die u veel kleurproblemen – en dus onnodige kosten – kan besparen!

 

Strategische partners VIGC:
Oce